Exact veertig jaar geleden – lente 1986 – verscheen in Amsterdam de allereerste editie van het maandblad 'Afrika'. Het was vooral gewijd aan Afrikaanse muziek, maar ook andere zwarte cultuur kwam breed aan bod met artikelen over beeldende kunst, film, literatuur en voetbal. ‘Afrika’ zou twee jaar bestaan en paste perfect in een overgangsperiode vol gistende globalisering op allerlei gebied. Ter herinnering maakte ik voor de Concertzender twee radioprogramma’s over 40 jaar tijdschrift 'Afrika'.
door Stan Rijven
Buiten het Afrikaanse continent ontstond midden jaren tachtig een ongekende nieuwsgierigheid naar andere dan de dominante Anglo-Amerikaanse popmuziek. Al spoedig werd de term wereldmuziek gemunt (Londen, 1987). Met name Afrikaanse pop, van Ethiopië tot Zuid Afrika en van Algerije tot Zimbabwe, beleefde een nieuwe lente. Hoewel in eigen land al jaren beroemd, maakte het Westeuropese concertpubliek toen voor het eerst kennis met artiesten als Mahmoud Ahmed, Baobab, Manu Dibango, Franco & TPOK Jazz, Salif Keïta, Cheb Khaled, Fela Kuti en Youssou N’Dour. In ons land ontstond een wildgroei aan Afrikaanse muziekfestivals, zoals Africa Mama (Utrecht), African Music Festival (Delft) en Africa Roots (Amsterdam). Het Afrikafestival in Hertme is vandaag de enige overblijver en samen met het Belgische Sfinks (Boechout) een invloedrijke smaakmaker.
Afro-wave
Na het overlijden van reggae royalty Bob Marley (1981), die altijd al naar Afrika als muzikale en spirituele bron wees, zocht zijn platenmaatschappij Island Records – lees labelbaas Chris Blackwell – een nieuwe megaster. In het vacuum dat onstond door het verdwijnend elan van punk en new wave, wilde hij Fela Kuti als de nieuwe Marley lanceren. Die bleek echter ‘too hard to handle’. Zodoende koos Blackwell voor een ander Nigeriaans fenomeen: de zachtaardige King Sunny Ade. Met zijn multi-gelaagde juju-gitaarmuziek was Ade in 1983 een instant succes. Zodanig zelfs dat vanaf midden jaren tachtig een afro-wave de popwereld overspoelde. Grote platenlabels brachten een aanhoudende stroom afro-albums uit, niet alleen van individuele artiesten, maar ook via allerlei compilaties, variërend van Sound d’Afrique I & II (Island Records) tot The African Typic Collection (Earthworks/Virgin) en African Moves (Stern’s).
OOR
Platenzaken ruimden aparte bakken in onder de noemer Afrika, dikwijls uitgesplitst naar land en muziekstijl (afrobeat, juju, rai, soukous). De plotse afro-wave verbreidde zich nogmaals via de ether dankzij wekelijkse radioprogramma’s als Mundial, Musica Exotica en De Wandelende Tak; in België met Cadence en Radio Tropical. Zelfs popblad OOR, tot dan toe een optelsom van Bob Dylan, Bruce Springsteen plus Neil Young, ging voor de bijl. Met Afrika-specials en ronkende concertverslagen zette OOR het tot dan toe vergeten continent prominent op de pop-kaart.
Tam Tam Club
Het bestaan van een ‘elektrisch Afrika’ met haar rijkdom aan superieur spelende gitaristen, betekende veertig jaar geleden voor het Westerse poppubliek dan ook een opwindende ontdekkingsreis. Als popjournalist voor dagblad Trouw en mede-oprichter van het blad Afrika bezocht ik alle concerten en draaide de muziek met collega-journalist Henk Tummers in ons eigen wekelijke programma Radio Tam Tam Internationale op de Amsterdamse piratenzender WHS. Daarnaast startten we onze eigen discotheek, ofwel de maandelijkse Tam Tam Club, in het nabij de Dam gelegen café De Pieter, waar je kon dansen op live muziek, zoals van de Kumbi Saleh Band, en op de puike platen van allerlei deejays.
Postkoloniaal
Zo maakte ik alle ontwikkelingen van nabij mee, inclusief de postkoloniale doorwerking ervan. Waren in Londen hoofdzakelijk Afrikaanse artiesten uit de voormalige Britse koloniën Ghana, Nigeria en Zuid Afrika bekend en in Parijs die uit Congo, Guinee, Mali en Senegal, in Amsterdam vloeiden de gescheiden francofone en anglofone werelden samen, wat zich direct weerspiegelde in het blad Afrika. Uit Parijs – cultureel knooppunt van francofoon Afrika – haalden medewerkers van het blad de laatste vinylplaten. Anderen reisden naar Londen voor de nieuwste anglofone afropop.
Ethiopique
In de redactie zat ook een docent uit Arnhem, die tijdens zijn zomervakanties jaarlijks naar Ethiopië reisde en terugkeerde met een koffer vol unieke singles en elpees. Daarmee had hij een zekere Franse Ethiopië-fan met een eigen serie de loef kunnen afsteken! Het liep echter anders. Met de langlopende Ethiopique reeks heeft Francis Falceto sinds 1987 immers een monument voor de Ethiopische muziekhistorie opgericht. Dankzij de Ethiopië-cassettes die ik voor The Ex maakte, raakte ook deze anarcho-punkband voorgoed in de ban, met alle gevolgen vandien.
Baobab
Door mijn contacten in Londen, zoals met radio-deejay Charlie Gillett, ontdekte ik de kennisachterstand aldaar. Van soukous-ster Franco of de Senegalese band Baobab had Gillett nog nooit gehoord. Daarom gaf ik hem een cassette cadeau met opnames van de schaarse Baobab-albums die ik zelf in huis had. Charlie speelde de bewuste cassette door aan Nick Gold van het label World Circuit en de rest is historie.
Amsterdam
Na Londen en Parijs werd Amsterdam het tijdelijke smeltpunt van de toenmalige afrowave. Dat was met name te danken aan twee programmeurs die, om beurten, een maandelijks terugkerende Afrika-avond organiseerden. Frans Goossens startte in de Melkweg African Night, Rein Spoorman African Feeling in Paradiso met steevast spectaculaire concerten van ondermeer Fela Kuti, Franco, Salif Keita, Hugh Masekela, Bembeya Jazz en de Super Djata Band. Daarnaast vormde Amsterdam destijds een veilige haven voor Zuid-Afrikaanse en Ghanese vluchtelingen. Uit die scene ontstonden ondermeer de Ghanese bands Kumbi Saleh en Sloopy’s Sankofa. Maar ook de Zuidafrikaanse zangeressen Thoko Mdlalose en Busi Mhlongo vonden er een tweede thuis.
Terugblik
Ondanks alle DIY-enthousiasme – alle medewerkers schreven voor nop – bleek het tijdschrift Afrika niet levensvatbaar. Gebrek aan advertenties en subsidies deden het de das om. Na twee jaar nam het blad Wereldmuziek het stokje over. Ter herinnering aan 40 jaar Afrika stelde ik een drieluik samen voor mijn radioprogramma Ritmundo op de Concertzender met de muziek uit francofoon Afrika (uitzending 27 februari) en vervolgens anglofoon Afrika (27 maart). In mei volgt dan nog de lusofone/Portugese variant.





