De weergoden waren de jaarlijkse serie concerten op het dak van HoogtIJ in Amsterdam Noord deze zomer wel héél erg welgezind. Tot de slotavond dan, want voor vrijdag was door het KNMI code geel afgegeven, met onweer, windvlagen en hagelstenen tot wel twee centimeter in doorsnee. Dus moest de enorme luifel over de volle lengte van het kleine openluchttheater worden gesloten en in combinatie met een uitverkocht huis zou het daaronder toch wel een beetje krap worden. Maar gelukkig bedachten de weergoden zich op het laatste moment en brak er uiteindelijk zelfs nog een zonnetje door.
door Ton Maas (tekst en foto's)
Ook als je ze slaapdronken bij elkaar zou zetten, zullen de mannen van The Ploctones zonder enige aarzeling blindelings de weg vinden door de uitdagende composities die oprichter Anton Goudsmit voor zijn favoriete boy band schreef. Maar vraag je ze iets triviaals, zoals sinds wanneer ze onder deze noemer met elkaar samenwerken, dan worden er jaartallen geroepen waar soms meer dan een decennium tussen zit, gevolgd door de wat schaapachtige conclusie: ‘heel lang dus!’ Vrijdagavond was het aan The Ploctones om een krachtige punt te zetten achter het vijftiende seizoen van On The Roof. En dat deden ze op grootse en meeslepende wijze. Het samenspel heeft zich door de jaren heen zodanig in alle vezels genesteld, dat een enkele blik van verstandhouding tussen Goudsmit en Efraïm Trujillo volstaat om het viercylinderblok in één tel op volle toeren te brengen. Doorsmeren is nauwelijks nog nodig. ‘Eén enkele repetitie slechts, en het staat als een huis!’ laat Goudsmit zich glimmend van trots ontvallen. Het is dan ook een genot om deze vier geweldenaren met zoveel plezier en concentratie aan het werk te zien, volkomen dienstbaar aan elkaar en daarmee aan het geheel. Uiteraard mag er af en toe ook individueel geschitterd worden.
Gelaagde ritmes
Na een ingetogen en lyrisch stuk – ook dat hebben The Ploctones in hun arsenaal – grapt Goudsmit: ‘Het volgende stuk heet Shortkuts, met een k. We waren jong en dachten nog een heel nieuwe maatsoort te hebben ontdekt.’ Trujillo voegt eraan toe: ‘Het is een gelaagd stuk. En als een stuk bij ons gelaagd is, dan hebben we het over de ritmes. Zelf doe ik maar wat, maar als je precies wilt weten hoe het zit, moet je het straks in de pauze maar aan Martijn vragen.’ Alle ogen dus op Martijn Vink, die doet alsof hij wegduikt achter zijn drumstel met een blik van ‘bij mij moet je niet wezen’. Allemaal ongein natuurlijk; iedereen voelt aan zijn klompen aan dat je zulk akelig precisiewerk als groep alleen voor elkaar krijgt als iedereen het materiaal volledig in z’n vingers heeft.
Naar adem happen en wegdromen
Twee keer een uur lang onthalen Goudsmit en zijn kompanen de bomvolle ‘zitkuil’ in het dak van HoogtIJ in Amsterdam Noord op muziek die je de ene keer naar adem doet happen en je even later laat wegdromen op ragfijne klankflarden. Soms lijkt het even of de mannen de zaak laten ontsporen, zoals wanneer Martijn Vink dwars door de groove heen begint te tikken. Maar het is schijn: uiteindelijk valt de laatste klap van het uitstapje weer precies op de tel.
Jolene als dollemansrit
Het sluitstuk van de avond is uiteraard een knaller van jewelste, waarbij veel toeschouwers bij gebrek aan dansruimte dan maar op hun stoel of bank heen en weer deinen. Verrassend genoeg bevat het nummer ook ode aan de twee dagen eerder overleden Dolly Parton, als uit de ogenschijnlijke chaos van de groepsimprovisatie opeens de overbekende, stapsgewijs opstijgende melodie van Jolene opdoemt, maar dan als duizelingwekkende dollemansrit waarbij de noten je om de oren vliegen.
Klik voor info: On The Roof











