Orquesta Akokán - foto Eric van Nieuwland
Dobet Gnahoré - foto Reinout Bos
Juanes - foto Reinout Bos
Chucho Valdes - foto Eric van Nieuwland
Mayra Andrade - foto Eric van Nieuwland
North Sea Jazz 2019 live verslag vanuit Ahoy Met Chucho Valdes, Orquesta Akokán, Dobet Gnahoré, John Zorn en meer zondag 14 juli, 2019

North Sea Jazz en world music is soms een lastig huwelijk, maar leidt ook vaak tot bijzondere concerten en ontmoetingen. Deze editie van North Sea Jazz laat tal van latingeoriënteerde concerten zien, hier en daar wat Afrikaans, en natuurlijk de nodige crossovers. Jaïr Tchong doet verslag tijdens het festival - in omgekeerd chronologische volgorde.

door Jaïr Tchong

Dag 3, zondag 14 juli 2019

Jungle By Night 
Tien jaar terug stonden ze voor het eerst op North Sea Jazz, op een klein podium. Zondag openen ze het programma in de Nile (capaciteit 12.500): Jungle By Night. De set was hierop listig toegerust, met een ideale verdeling tussen rustmomenten en energieke hoogtepunten. Toetsenist Pyke Pasman heeft een prominente rol in het nieuwe repertoire, dat gelaagder en ambitieuzer is dan voorheen. De sterkste delen lijken eerder op dance met een analoge ritmesectie dan op de afrobeat waar de groep ooit mee begon. Associaties met de muziek van de invloedrijke producer en musicus Wally Badarou dienen zich aan, net als de vroege, rafelruige Philip Glass ongetwijfeld hier ook tot inspiratie dient. Dit zonder dat de band een tel aan eigenzinnigheid verliest. Terwijl de kranten volstaan met een bloedheet Alaska en immense overstromingen in Zuid-Oost-Azië, is het gepast en ontroerend dat trombonist Ko van Vliet een nummer opdraagt aan deze planeet en de noodzaak tot ecologisch bewustzijn. Op dat moment is de Nile allang gewonnen voor Jungle By Night – live een sensatie die als geen ander binnen de Nederlandse muziek ruimte maakt voor de klankwereld buiten de rock en de pop. Percussionist Gino Groeneveld observeerde eind vorig jaar in de Volkskrant: ‘We maken instrumentale muziek en hebben geen hitjes. Dan kom je niet op de radio. Jungle By Night moet het hebben van de liveshows.’ Hoe raak (en triest) die analyse dan ook mag zijn, live bewijst Jungle By Night het ongelijk der radiobonzen.

Spinifex
Naar eigen zeggen zoekt de Nederlandse groep Spinifex, vernoemd naar een hardnekkige Australische grassoort, de spanning op tussen onregelmatige, gecomponeerde structuren en vrije improvisatie. In de praktijk doet dat vaak aan punkmetal denken, maar tegelijkertijd is het veel minder in beton gegoten dan dat genre. Drummer Philipp Moser is een feest om te zien en te horen. Zo virtuoos en meeslepend als hij de complexe grooves bijeen weet te houden in onwaarschijnlijk snelle en afwisselende tempi, grenst aan het ongelooflijke. Spinifex brengt extreem intense muziek die waarschijnlijk niet had bestaan zonder het pionierswerk van John Zorn met zijn groep Naked City. Tegelijkertijd biedt de ritmische onderlaag en de effectieve blazerssectie een kaleidoscopisch geheel dat blijft fascineren. Het publiek in de Volga wist er wel raad mee, maar je gunt deze groep vooral ook veel off beat-boekingen op de popfestivals. Dit verdient een groter publiek.

 


Mayra Andrade - foto Eric van Nieuwland

Mayra Andrade 
De op Cuba geboren Kaapverdische zangeres biedt met haar band de ideale muziek voor een kizomba-workout. Steeds dat lome ritme van een deels elektronische drumkit en de stem van Andrade uiteraard door de vocoder. Ieder lied klinkt hetzelfde als op de plaat, wat deze muziek een hoge mate van voorspelbaarheid geeft. De als altijd overvolle Congo smulde ervan, maar de jazzliefhebber bleef wachten op avontuur.

Arp Frique & Friends
De mafste keyboardsounds van dit weekend kwamen voor rekening van Arp Frique, een Rotterdams collectief dat met veel verve een bewuste retrosound brengt. De muziek van Arp Frique herinnert vaak aan de creatieve oerdisco voordat het genre mainstream werd. Dansmuziek uit de Franse Antillen, disco uit het Afrika van de jaren zeventig en zeker ook toetsentovenaar Bernie Worrell van Parliament/Funkadelic - Arp Frique herinnert aan dit alles. De voortdurende riffs van de gitarist doen denken aan de Haïtiaanse kompas-band Tabou Combo: het vormt een hoogst effectief fundament van dansenergie. De frontman van Arp Frique speelt ook een belangrijke rol bij de herwaardering van de Surinaamse musicus Ronald Snijders, die dan ook als herboren op het podium passende soli brengt op dwarsfluit.


Drie momenten van de zondag

Tin Tin
De Rotterdamse jazzdancepionier dj David ‘Tin Tin’ Zee draaide op het Tigris dakpodium heerlijk obscure afrolatin die een sterk verlangen deed opvlammen naar de periode waarin dit genre nog niet zo dodelijk geformatteerd was als tegenwoordig het geval is. Bij Tin Tin hoor je ook nog – heel fijn! – de naald in de begingroef vallen. Waarna steevast explosieve fusies tussen jazz, bossanova, samba, funk, afro en latin van doorgaans vergeten helden. We kregen een sterk verlangen naar de Hard Bop- en Supernatural-avonden van weleer.

Jasper Stadhouders
We zagen het al eerder bij zijn andere formatie Polyband gebeuren: geen gitarist verwisselt zo achteloos en snel een gebroken snaar als Jasper Stadhouders. Precies op het juiste moment had hij zijn wapen weer paraat voor een volgende salvo.

Shai Maestro
Pianist Shai Maestro introduceerde zijn concert heel ontspannen als volgt: ‘We hebben geen setlist, we improviseren alles - ik vertel u aan het einde wel wat er precies gebeurd is.’ Terwijl het publiek nog instemmend nagrinnikt bedachten we: dat is de essentie van jazz en zou wel wat harder als criterium mogen worden gehandhaafd door de programmeurs, ter voorkoming van ‘gezegende regens in Afrika’ in de Nile – geen band werd onder het publiek dit jaar zo driftig besproken als Toto.


Dag 2, zaterdag 13 juli 2019


Juanes - foto Reinout Bos

Juanes: Colombiaan op zoek naar inspiratie
Om er maar vanaf te zijn begint de Colombiaanse latinpopster Juanes zijn concert met een verveelde versie van A Dios le Pido, zijn eerste hit in Nederland, uit 2003 alweer. De op dat moment nog verre van gevulde Nile laat het gelaten over zich heen komen. Juanes oogt vermoeid, en zo klinkt zijn band ook. De inwisselbare zwoele latinpopsongs worden net zo lauw ontvangen als ze worden gespeeld, tot het moment op tweederde van de set wanneer hij zijn tweede Nederlandse hit inzet, La Camisa Negra. Vanaf dat moment krijgt de set eindelijk wat pit en vaart. Juanes ontvangt een sympathieapplausje als hij in het Engels zijn waardering uitspreekt over zijn ontvangst in Nederland. Voor wie het nog niet wist legt hij nog maar eens uit wat hij graag mag doen: het mengen van rock en reggae met traditionele stijlen uit zijn vaderland, zoals vallenato en cumbia. Zijn landgenoot Carlos Vives doet dat origineler, en Manu Chao intenser. Het lijkt Juanes vanavond ten enenmale aan inspiratie te ontbreken. Met weemoed denken we terug aan de keer dat hij het Amsterdamse Westerpark in een warme zomeravondgloed wist te zetten. Maar dit concert eindigt als een nachtkaars, en wanneer de presentator van dienst nog eens plichtmatig tot applaus oproept is een groot deel van het publiek allang verdwenen.


Mokoomba: opzwepende afropop
Mokoomba, de zeskoppige band uit Zimbabwe, speelt werkelijk alsof hun leven ervan afhangt – en dat loont direct. Met super opzwepende, synchrone danspasjes en zes zingende bandleden is Mokoomba een ware krachtcentrale van dansenergie, die moeiteloos het publiek bij de Mississippi elektrificeert en in beweging krijgt. De bassist toont zichzelf een aanhanger van het belangrijkste funkcredo: less is more. Alle licht, lucht en ruimte tussen de noten geven zijn grooves een enorm stuwende kracht mee. De gitarist, gezegend met de prachtige naam Trustworth Samende, geeft hierbij blijk van een superieure kennis van de verschillende gitaarstijlen van het Afrikaanse continent. Van Kameroense bikutsi tot en met Zimbabwaanse chimurenga en van Congolese soukous tot en met Nigeriaanse highlife: Mokoomba weet het allemaal te comprimeren tot een hoogst aanstekelijk geheel. Het muziekleven van Zimbabwe is buiten het land misschien vooral bekend door Thomas Mapfumo en Stella Chiweshe, maar Mokoomba bewijst een geheel nieuw elan, van een nieuwe generatie. Met bovendien grote aantrekkingskracht op juist ook de liefhebbers buiten de world music scene.


Drie momenten van de zaterdag
De jonge Britse soulzangeres Mahalia klonk bij het eerste nummer al zo hees dat dit concert niet alleen voor haarzelf een uitputtingsslag geweest moet zijn. Haar concert kreeg door dat stemfalen onmiskenbaar een ondraaglijke suspense: gaat ze het wel redden tot de laatste noot? Tegelijkertijd ging je als bezoeker plaatsvervangend door de grond: dit viel echt niet lang aan te zien. We wensen Mahalia veel honing en rust toe.

Verrassend goed bleek de Franse zangeres Zaz. Gezegend met een innemende podiumpresentatie en dito herkenbare stem, realiseer je je ineens dat je veel meer liedjes van haar kent dan je vooraf dacht. Live krijgen die radiohits beslist meerwaarde door haar gedegen, jazzy band en vooral door het onversneden speelplezier dat Zaz in alles uitstraalt op het podium. Qué Vendrá – goed liedje!

Ondertussen bleek zoals altijd de Volga (het hoogst gelegen zaaltje van het hele Ahoy) de plek voor subtiliteit en intimiteit. Steevast zijn hier de spannendste concerten te zien. De hele avond stond in het teken van duo-optredens. De Volga blijft daarmee het beste knock down argument wanneer je in gezelschap weer eens die sleetse dooddoener 'nah, North Sea Jazz doet te veel mainstreampop en te weinig avontuur’ hoort.

Tenslotte bracht de Amerikaanse soulzangeres Macy Gray als uitsmijter van haar concert een intense cover te berde van Burning Down the House van Talking Heads. We zijn fan, dus beslist niet neutraal, maar wat is het toch mooi om te zien hoe het oeuvre van Talking Heads tot op de dag van vandaag blijft inspireren.



Dag 1, vrijdag 12 juli 2019


Orquesta Akokán in een afgeladen Hudson - foto Eric van Nieuwland


Orquesta Akokán: mambo met orkaankracht
Met klassieke mambo van het Cubaans/New Yorkse Orquesta Akokán werd de vrijdag afgesloten. Mambo draait traditiegetrouw om die machtige blazerssectie, maar dit orkest heeft een geheim wapen: zanger Jose ‘Pepito’ Gómez, gestoken in wit pak en gezegend met de juiste hoeveelheid swag om ieder festivalpubliek in sneltreinvaart mee te krijgen. Gómez roept met zijn allesverzengende stem een orkaankracht op die gedurende het concert geen moment stil komt te liggen. Onwillekeurig verschijnen filmbeelden van Cab Calloway in gedachten - zoals die ooit zijn mystieke voodoodans deed, doet enigszins denken aan deze vocalist. Maar Gómez’ stem heeft minder dynamiek. Zijn stem staat simpelweg aan of uit, meer kleuren zijn er niet. Dat begint zich aan het einde van het concert te wreken, hoewel er effectief gas wordt teruggenomen met een welgemikte bolero. De vintage sound van Akokán past goed bij hun New Yorkse label Daptone Records, hofleverancier van zorgvuldig gereconstrueerde nostalgie. Na diverse soul-, funk- en afrobeatensembles heeft Daptone dus nu ook een mambo-orkest dat spot met ieder idee van modernisering in muziek.

Een fragment uit het optreden: 


John Zorn's Bagatelles Marathon: een festival op zichzelf
Het is op vrijdagavond nog een hele opgave om de Darling te verlaten: John Zorn, de New Yorkse componist en saxofonist, kreeg maar liefst vijf aaneengesloten uren en koos daarop twaalf bezettingen om zichzelf te presenteren. We zagen de eerste zes formaties. Centraal staan Zorns Bagatelles, een liedboek met zo’n driehonderd composities, in 2015 in drie maanden tijd bij elkaar geschreven - Zorn staat bekend om zijn bijna onmenselijke creatiedrift. De Bagatelles vormen ideaal materiaal voor geestverwante musici rondom Zorn om te shinen. Deze Zorn-marathon was al eerder op andere festivals te zien, maar het blijft bijzonder dat North Sea Jazz zo laagdrempelig een dergelijk kaliber van avantgardemuziek presenteert. Bij binnenkomst van Ahoy wandel je rechtsaf letterlijk meteen de zaal van Zorn in.

Zorn is uniek en ‘s mans output is al jaren niet meer bij te houden. 'The way Zorn works means he's often reusing music by Ornette Coleman, Ives, Stockhausen, or Bartók, and indeed any and all of the musical material he finds and hears, anywhere.' Zo typeerde The Guardian hem eens treffend in een profiel. De Bagatelles doen in de vele gedaanten waarin ze op North Sea Jazz verschijnen vooral denken aan de twee albums die Zorn ooit samenstelde uit het oeuvre van Carl Stalling. Stalling was de huiscomponist van de cartoons van Warner Brothers. Zorn moet als kind Stalling direct als geestverwant hebben herkend: flarden van alle denkbare muziek uit de twintigste eeuw komen steeds net kort genoeg voorbij om zichzelf met weerhaakjes vast te zetten in het innerlijk oor. Het is ADHD-muziek van een extreme precisie, muziek die totale overgave van de luisteraar veronderstelt, en zodra dit lukt heb je een geweldige tijd.

De avond van Zorn begon met Masada, zijn ‘radical Jewish music’ kwartet waarmee hij ook al een onwaarschijnlijk aantal prachtige albums volspeelde. Om later uit dat ‘songbook’ weer twee dubbel-cd’s met semiklassieke arrangementen van die Masadastukken te presenteren. Van de vele musici die in de Darling aantreden maakt vooral het celloduo Erik Friedlander en Michael Nicolas indruk, evenals de dubbele gitaarbezetting in de groep van Mary Halvorson. Halvorson bewijst eens te meer dat jazzgitaar zoveel spannender kan zijn wanneer je buiten de gebaande paden durft te treden.

John Zorn's Bagatelles Marathon is eigenlijk een festival op zichzelf, waarin de enorme contrasten de luisteraar steeds op scherp stellen. Zoals na het wilde punktrio Trigger ineens pianist Craig Taborn zijn interpretatie van Zorn glorieus laat opklinken, heeft een ontroerend effect. De gulheid waarmee Zorn met dit project de musici presenteert typeert deze New Yorkse iconoclast. Tegelijkertijd doen de extreme genrewisselingen van Zorn enigszins gedateerd aan. In de jaren tachtig en negentig was Zorn daarmee baanbrekend en ongehoord: anno 2019 heeft de gedigitaliseerde muziekwereld een vluchtigheid en wendbaarheid voor de luisteraar gecreëerd die Zorns inventies van weleer een historisch patina geven. De rust waarmee de virtuoos gebrachte herrie van Trigger door het publiek werd ontvangen was zo een veelzeggend teken van veranderende tijden.


Chucho Valdes - foto Eric van Nieuwland

Chucho Valdes Jazz Batá: terug naar de jaren zeventig
Pianist Chuco Valdes hernam een project uit de jaren zeventig: Jazz Batá, met een prominente rol voor de drie dubbelzijdige trommels uit de Afro-Cubaanse traditie. Met zijn typerende, virtuoze notenslingers bracht Valdes enige opwinding in de zaal teweeg, die echter even snel verdween in de weinig verrassende keuze uit zijn oeuvre. Het schoof soms ongemakkelijk richting ballroomjazz, zoals Valdes hier de klassieke stijlen van Cuba op bijna museale wijze presenteerde. Onwillekeurig kwamen hierbij gedachten op aan spannender pianisten uit Cuba, nieuwe generaties van talenten die de meester inmiddels zijn gepasseerd.

 


Dobet Gnahoré - foto Reinout Bos


Dobet Gnahor
é: bleke afropop komt pas aan het eind los
Dobet Gnahoré, zangeres en percussioniste uit Ivoorkust, leek lange tijd gedurende haar concert op zoek te zijn naar energie. Haar eenvormig repertoire hielp hierbij niet mee: vrijwel haar gehele set werd in hetzelfde tempo in 12/8 gespeeld. Vooral de toetsenist is beslissend voor de sound van haar muziek, waardoor die sterk neigt naar weinig opmerkelijke, radiovriendelijke afrodance. Ook vocaal heeft de zangeres weinig dynamiek te bieden. De gitarist brengt gelukkig passende melodische weefsels die de anonimiteit van deze popsound kleurrijk doorbreken. Bij het laatste nummer ontstond er de zo dringend verlangde synergie tussen de Gnahoré en haar publiek, waardoor ineens bij het Mississippipodium alsnog werd gedanst. De opluchting bij de zangeres was hierbij voelbaar.


Kayhan Kalhor & Rembrandt Frerichs Trio: metalige melancholie
De Haagse pianist Rembrandt Frerichs staat bekend om zijn exploraties van mogelijk nieuwe buitengebieden van de jazz. Vooral richting barok en Perzische muziek is hij met zijn trio onvermoeibaar op zoek naar verrijking van de jazztraditie. Met de Iraanse kamanchespeler Kayhan Kalhor pakt dat bijzonder goed uit. Kalhor's van origine Perzische strijkinstrument heeft een uit duizenden herkenbare klank, opmerkelijk genoeg even metalig als diep melancholisch. Mits door de juiste handen bespeeld, heeft de kamanche dat unieke vermogen om direct op het gemoed van de luisteraar in te werken. Frerichs trio biedt een perfecte bedding voor Kalhor's gloedvolle spel, vaak melodieën met een grandeur die meer aan klassieke muziek herinnert dan aan folk. Bassist Tony Overwater vormt hierbij de ideale tegenspeler van Kalhor. De wijze waarop Frerichs zichzelf ineens uit een begeleidende modus lanceert met subtiele improvisaties doet aangenaam denken aan de Amerikaanse pianist 'Blue' Gene Tyranny, die Perfect Lives (de legendarische opera van Robert Ashley) voorzag van virtuoos gespeelde avantgarde boogiewoogie. Wel jammer dat Kalhor, wild plukkend en strijkend tijdens een solo ineens onhoorbaar in de geluidsmix verdween, om even later gelukkig weer boven te komen met die prachtige klank.

 


meer nieuws
Een moordend tempo - tot het allerlaatste einde
donderdag 15 augustus, 2019
Dancing in the Malaysian jungle
maandag 12 augustus, 2019
Het onwaarschijnlijkste huwelijk
woensdag 7 augustus, 2019
Dertig jaar zonder grenzen
vrijdag 2 augustus, 2019
vrijdag 2 augustus, 2019
Plus de Transglobal World Music Charts Top-40
donderdag 1 augustus, 2019
Glatt und Verkehrt reaches a phenomenal climax
maandag 29 juli, 2019
Glatt und Verkehrt blends storytelling with grooves
zondag 28 juli, 2019
Some festivals have a secret ingredient
zaterdag 27 juli, 2019