Nancy Vieira & Fred Martins – Esperança9 januari, 2026
Galileo / Xango
Esperança (hoop) is het eerste (en fraaie) album dat de Kaapverdische zangeres Nancy Vieira samen met de Braziliaanse gitarist, zanger en componist Fred Martins maakte. Zij wonen allebei in Lissabon, waar het album is opgenomen in de studio van Jorge Cervantes, die ook op een nummer meespeelt. Het is dan ook een bijzonder mooie mix van Kaapverdische en Braziliaanse muziek geworden, met stijlen als morna, coladeira en bossa nova. Voor Nancy Vieira is het de opvolger van haar album Gente (2024). Zij ontmoette Fred Martins al in 2013. Samen hebben zij sindsdien talloze concerten gegeven en maakten ook al opnames voor dit gezamenlijke album, waarop ook twee liederen staan die eerder werden gezongen door de blootvoetse Kaapverdische diva Cesária Évora. In Nao Sou Daqui (ik kom hier niet vandaan) horen we eerst Vieira en Martins afzonderlijk en daarna in duet. Het nummer is oorspronkelijk van de Portugese zangeres en componiste Amélia Muge. Colibri begint als bossa nova, waarbij Fred Martins niet alleen zingt en gitaar speelt, maar ook een stukje fluit. Saiko Dayo is een lied dat ook op de cd Radio Mindelo van Cesária Évora te vinden is en geschreven werd door een van haar vaste componisten, Gregorio Gonçalves. Nancy en Fred maken er een fraai eigen nummer van, waarbij ze worden ondersteund door Jorge Cervantes op het Zuid-Amerikaanse snaarinstrument de charango. Proeza (prestatie) is een compositie van Fred Martins die evenwel klinkt als een morna. Dat geldt ook voor Querida, waarin Nancy Vieira zingt over Mindelo, de plek waar Cesária vandaan kwam. Na Martins compositie A Paz que nasce (de vrede die geboren wordt) volgt het van Cesária bekende lied Mar Azul (blauwe zee), gecomponeerd en geschreven door Francisco Xavier da Cruz. (Op het album Mar Azul van Cesária wordt hij vermeld met zijn artiestennaam B. Leza.) Nem Carnaval (geen carnaval) is van de hand van door Teófilo Chantre, die veel nummers voor Cesária schreef. Na Tú me acostumbraste (je hebt me eraan laten wennen) eindigt het album met Trago Risos (ik breng vrolijkheid), dat begint met een lachende kinderstem, gevolgd door die van Fred. Het is ook zijn compositie, geschreven in de Cubaanse bolero stijl. Dat de Kaapverdische muziek wordt gecombineerd met Braziliaanse en soms Cubaanse, was ook bij Cesária Évora niet ongebruikelijk. Bij Nancy Vieira en Fred Martins lag het nog meer voor de hand vanwege hun achtergrond. (Rik van Boeckel)
«« terug naar overzicht

