Los PiraƱas - Historia Natural8 februari, 2020

Glitterbeat / Xango

Persoonlijk ben ik geen groot liefhebber van doolhoven. Dolen kan leuk zijn, maar smalle gangetjes zonder uitzicht benauwen me. Maar vertaal ze in muziek en het kan een heel ander verhaal worden. Iets in die geest is het album Historia Natural van het Colombiaanse trio Los Pirañas. Met een dergelijke naam kun je alleen maar een afzichtelijk cliché zijn in de categorie van ‘Alle dertien goed’, compleet met een goeddeels ontklede blondine op de hoes; óf je doorbreekt elke denkbare geluidsbarrière, van kop tot kont volgepropt met absurdistische geestvermogens. Dit drietal heeft de bittere beker van die laatste optie tot de bodem geledigd. Het resultaat mag er zijn. Steeds weer slaan ze bochtjes om, alsof ze je door de sloppen en achterbuurten van hun inspiratiebronnen willen laten dwalen. Surf, psychedelica, een flinke dosis Dick El Demasiado, vuige feestmuziek, een infernale reünie, bandecho’s die zo strak aangetrokken staan dat ze elk moment dreigen te springen. Alles tot in perfectie uitgevoerd met strakke gezichten en onverbiddelijke dadendrang. Als je deze lui met carnaval zou horen, wordt je geloof in dat feest met onmiddellijke ingang hersteld, ongeacht de mate waarin je geestrijk vocht tot je genomen hebt. Meest in het oog springen de bijdragen van gitarist en elektronisch monster Eblis Álvarez. Hij kan zijn instrumenten laten blaten en krijten als een darmtochtige zuigeling, maar draait evenmin de hand om voor een dorre wind die uit de Sahara aangewaaid lijkt te zijn, of het tergend zoemen van een muskiet. Daaronder rammelt en raast het drumstel van Pedro Ojeda, en laat Mario Galeano zijn bas stuiteren als een vlo op een hete bakplaat. Een betere opmaat naar de zomer kun je je niet wensen. Binnen veertig minuten is het afgelopen, maar ik zou hier uren in rond kunnen dolen. Briljante hoes. Dat ook. (René van Peer)

 

 




«« terug naar overzicht