het grote zwijgen Jair Tchong - donderdag 7 november, 2013

matthijsvermeulen
De belangrijkste componistenprijs van Nederland is naar hem vernoemd, maar weinig mensen kennen zijn werk. “Toch eens lezen wie dat was, die Matthijs Vermeulen”, dacht ik een paar jaar terug, en begon aan de gigantische biografie die Ton Braas in 1997 publiceerde. Dat vuistdikke boek bleek bepaald geen straf: bij het lezen vraag je je al snel af waarom dit spectaculaire leven nog niet is verfilmd door een internationaal gerenommeerde regisseur.

Vermeulen begon als muziekcriticus voor media als De Telegraaf (in zijn tijd een kwaliteitskrant), De Tijd en De Groene Amsterdammer, en wordt gezien als de eerste die muziekkritiek naar eer en geweten en op literaire wijze argumenterend tot grote hoogte bracht. In de journalistiek voor Vermeulen bestond muziekkritiek vooral uit vriendendienst: men schreef elkaar de hemel in. Zonder aanzien des persoons probeerde Vermeulen juist te betogen waarom de ene uitvoering wel en de ander niet voldeed. Dat maakt hem een uiterst moderne journalistieke stem, nog steeds het lezen waard.

Leven en werk van deze schrijver en componist bieden zoveel dramatisch materiaal dat je bij een scenarioschrijver al snel zou zeggen: “kan dat wat minder?” Maar Matthijs Vermeulen (1888-1967) ondervond het allemaal aan den lijve: hongersnood, vrouw en kind gestorven, twee wereldoorlogen van dichtbij meegemaakt, professionele miskenning als componist (ook omdat hij daarvoor als journalist wat al te eerlijk zijn mening over machtige mensen in het muziekleven had gegeven) en, aan het eind van zijn leven, het begin van waardering. Vermeulens tweede symfonie Prélude à la nouvelle journée (1919-1920) schreef hij met de impressies van de eerste wereldoorlog nog vers in zijn geheugen en verdient het om opnieuw opgevoerd te worden. Een verontrustend stuk dat zich lastig bedwingen laat, maar juist daarom blijft fascineren.

Hoe de fijnbesnaarde componist in de eerste wereldbrand verzeild raakte typeert Vermeulens moeizame bestaan: in permanente geldnood moest hij steeds zijn composities terzijde leggen voor wat journalistiek werk. Zelf bood hij aan om een reportage te schrijven toen de eerste wereldoorlog gaande was, en toog onverdroten op de fiets vanuit Maastricht naar Luik. Wat hij in België zag veranderde de laat-romantische componist van voor dat cruciale moment in een tot het uiterste gedreven rebel, die het in de wezenlijke aard van muziek zag om te verheffen uit aardse modderigheid, met alle beschikbare muzikale middelen, ook atonaal en polymelodisch. In de meest beklemmende passage van Menkvelds roman wordt de titel verklaard: temidden van de waanzin van de eerste wereldoorlog is vooral het zwijgen van bovenaf, de metafysische stilte, schokkend, bedenkt de gelovige Vermeulen.

Afgelopen woensdag kwam in de Larense Johanneskerk een hooggeleerd gezelschap van Vermeulen apologeten bijeen. Dichter en Volkskrant-criticus Erik Menkveld schreef een roman, musicoloog Leo Samama een monografie en musicoloog Ton Braas de hierboven genoemde biografie. Een avond lang wist men boeiend te verhalen, vooral over de relatie tussen Matthijs Vermeulen en Alphons Diepenbrock (1862-1921), de componist waarmee Vermeulen een moeizame vriendschap onderhield. Inzet van de avond was de vraag hoe als schrijver tot de essentie van een bestaan te komen: met de vrijheid van de romancier (Menkveld over Vermeulen) of met de precisie van de musicoloog (Samama over Diepenbrock).

Het mooiste aan deze avond was wel dat een twistgesprek hier niet de bedoeling was, eerder het uitwisselen van overwegingen waarmee Menkveld en Samama hun studieobject hebben benaderd. Menkveld (die in 1997 als Bezige Bij-redacteur de Vermeulen biografie van Braas had geredigeerd en zo op het onderwerp kwam) is overduidelijk gegrepen door de fenomenale inzet waarmee Vermeulen als criticus en als componist bleef doorwerken, tegen alle naargeestige omstandigheden in. Samama gaf even gedreven een hoorcollege, waarin hij heel enthousiasmerend een blik in de keuken van de musicoloog gaf: welke bewering is aantoonbaar of aannemelijk? Detectivewerk op niveau, waarbij Samama diep in de composities van Vermeulen graaft en kraakhelder de radicaliteit daarvan duidelijk weet te maken. Zelden een musicoloog zo helder horen praten als Samama!

Heel passend werd de avond door Braas besloten met mooie anekdotes over de complexiteit van Vermeulens werken, die lange tijd onspeelbaar werden geacht, maar inmiddels steeds meer waardering en zelfs nieuwe speelwijzen ontvangen. Bij Vermeulens vijftigste sterfjaar in 2017 zullen er ongetwijfeld nieuwe interpretaties en opnames volgen, en hopelijk dan ook eindelijk die brede publiekswaardering. Tot die tijd voldoet de prachtige literatuur en dito opnames, waarbij je je eens te meer afvraagt waarom de huidige muziekcultuur zo hopeloos verbrokkeld is in verschillende subculturen. Geforceerde afbakeningen die vooral de muziekindustrie zouden moeten dienen - dat denken in genres zou door Vermeulen met zijn grote greep op het leven zeker als een gotspe zijn ervaren.

De Matthijs Vermeulenprijs wordt 14 december uitgereikt aan Jan van de Putte, tijdens het Haagse festival Dag in de branding.

Ton Braas, Door het geweld van zijn verlangen, 1997.
Erik Menkveld, Het grote zwijgen, 2011.
Leo Samama, Alphons Diepenbrock, componist van het vocale, 2012.


meer blogs
Ton Maas - 27 augustus, 2018
Ton Maas - 31 juli, 2018
Ton Maas - 30 juni, 2018
Ton Maas - 27 juni, 2018
Jair Tchong - 24 juni, 2018
Ton Maas - 13 mei, 2018
Bram Posthumus - 6 mei, 2018
Ton Maas - 1 april, 2018