Various Artists Struny Nad Oslavou (Strings Over the Oslava River)11 februari, 2018

Indies / Xango

Zet zes behendige tokkelaars van verschillende pluimage naast elkaar op een podium en wat krijg je? Iets wat voor sommige liefhebbers klinkt als een warm bad en voor anderen als de hel op aarde. Een of twee ervan tegelijk is voor veel muziekliefhebbers nog wel te doen, maar als ze massaal loos gaan, zoals in het langste stuk van deze live-registratie, raak je zelfs als fervent tokkelliefhebber af en toe het muzikale spoor bijster.
Gelukkig is dat niet de hoofdmoot van het speciale project dat het Tsjechische festival Folk Holidays in 2016 organiseerde, zoals al meteen blijkt als de twinkelende timple van Germán López in Sorondogo Influenciado het voortouw neemt, gedienstig gevolgd door de flamencogitaar van Antonio Toledo. López, afkomstig van de Canarische Eilanden, verraste al tijdens de Womex van twee jaar geleden in Boedapest met zijn virtuositeit op de ukelele-achtige timple en doet dat hier opnieuw.
Gitarist Antonio Forcione uit Italië tekent voor Walz for Django, waarin zoals te verwachten was veel verwijzingen naar de hoog aan de wind swingende manouche van de meester. Na een kort intermezzo van de Tsjechische mandolinespeler Martin Krajicek volgt Woulou-Wo, op afstand de meest geslaagde collaboratie van het project. Met complex en syncopisch spel op de kora zet Seckou Keïta zonder dralen de zaak op scherp, maar je rolt pas echt van je stoel als hij de muzikale degens kruist met Karajicek. Zowel melodisch als ritmisch dagen de twee tokkelaars elkaar uit om de grenzen van het haalbare op te zoeken, waarbij de opgebouwde spanning af en toe even wordt onderbroken door een fraaie zangpartij van Keïta.
Het bijna vijftien minuten durende Keneh gaat daarna soepel wiegend en oorstrelend van start, maar ontaardt gaandeweg in de al gesignaleerde brei van snaargetokkel waaraan te vaak geen draad is vast te knopen.
Zangeres Jitka Suranska, bedenker en samensteller van het project, gaat voor in een traditioneel Tsjechisch volksliedje als vehikel voor de afsluitende groepsimprovisatie. Daarin zit gelukkig meer structuur en bovendien worden we opnieuw onthaald op de klaterende timple van López, dit keer met jachtige rugdekking van mandoline, gitaar, contrabas en kora. Zo overrompelend als een vergelijkbare combinatie ooit klonk bij het inmiddels legendarische Songhai-project van Toumani Diabeté met Ketama en Danny Thompson wordt het niet, maar het komt verdomd dicht in de buurt. (Ton Maas)






«« terug naar overzicht