North Sea Jazz: van Mingus-blues naar Jones-disco Jair Tchong - zaterdag 8 juli, 2017

‘They call this world music because they don’t dare to call it third world music’, aldus de Congolees-Belgische Biloji, begeleid door een gillende sirene en snoeiharde elektrische gitaar. Waarop hij vervolgt met de opmerking dat Afrika wel degelijk ook in de 21ste eeuw terecht is gekomen. Als statement volkomen terecht, maar tegelijkertijd geeft Biloji’s muziek uiting aan precies die dubbelzinnigheid die altijd in het begrip wereldmuziek heeft gezeten. Een dubbelzinnigheid die eruit bestaat dat iedere musicus ter wereld zichzelf uiteraard ieder genre mag toe-eigenen, maar het juist vaak de specifieke, cultureel-eigen expressie is die het sterkst klinkt en de muziek uniek maakt.

Zo begon Biloji’s rommelige set met stereotype funk en kleurloze dance die weinig deining vermocht te veroorzaken onder het publiek bij het Mississippi-podium. Maar stipt op het moment dat Biloji’s band (bestaande uit gevierde Afrikaanse musici) een stevig soukous nummer inzet, explodeert de dansvloer in een uitbundig en collectief dansen. Je wilt niemand veroordelen tot een muziekstijl, maar wat klinkt die soukous overtuigend en fel, vergeleken met de ietwat oubollige dance-achtige experimenten tussen deze nummers in.

Mississippi
Als Baloji soukous speelt gaat het publiek los in Mississippi
foto Eric van Nieuwland

North Sea Jazz heeft dit jaar minder world op het programma staan dan gebruikelijk. Thema’s dit jaar zijn Chicago jazz, spraakmakende drummers-bandleiders (die ook veelal als componisten mogen gelden) en grote popzangeressen. Het ontbreken van world heeft ongetwijfeld ook te maken met de zusterfestivals die organisator Mojo in Nederland heeft uitgerold: Transition in Utrecht, So What’s Next in Eindhoven, Rockit in Groningen. Interessant is dan om te zien hoe het profiel van North Sea Jazz zich de komende jaren gaat ontwikkelen.

Grote namen zullen in Rotterdam altijd belangrijk blijven, hoewel die standaard en zeer gedateerde kritiek op North Sea Jazz (‘te veel grote popnamen, te weinig jazz’) onjuist is en blijft, want in zalen zoals de Madeira is altijd meer dan genoeg state-of-the-art avontuurlijke jazz te vinden.

Zoals altist Greg Ward, als onderdeel van de ‘Chicago programmadraad’ van dit jaar, die in de Madeira een ‘commentaar’ op The Black Saint and the Sinner Lady (Impulse, 1963), de beroemde elpee van Charles Mingus, te horen geeft. Een compositieopdracht van de gemeente Chicago, oorspronkelijk ook voor dansers bedoeld, net zoals het origineel. Zonder dansers, maar met zijn groep 10 Tongues bracht Ward met evenveel verve als precisie een eerbetoon aan de Mingus-klassieker. Ook de composities van Ward zijn voorzien van die wellustige bluesy onderstroom vol venijnige accenten die het werk van de meester typeert. Hoogtepunt was de verrassend intense solo van de Nederlandse trombonist Wolter Wierbos, die tussen dit Amerikaanse, ietwat academische jazzbetoog een welgemikte eruptie van treurnis en wanhoop wist te plaatsen. Een solo tjokvol karakter en diep doorvoelde blues, die beslist de goedkeuring van Mingus had ontvangen.

Het contrast met Grace Jones in de Nile is hierna uiteraard groot: om die enorme zaal te bespelen zijn zaken zoals nuance en dialoog op het podium bijna uit de aard der zaak afwezig. Jones kwam met een vaardige, maar anoniem klinkende begeleidingsgroep, geschikt voor stadionpop. Roxy Music’s hit Love is the Drug kreeg een lelijke coverversie te verduren, maar Pull Up to the Bumper klonk al heel wat raker, en uiteindelijk, waar iedereen natuurlijk op wachtte, volgt een indrukwekkende uitvoering van Slave to the Rhythm. Disco meets gogofunk.

De machtige intro zorgt meteen voor sidderingen in de zaal – dit blijft een nummer dat lange slagschaduwen werpt op de vergetelijke pop uit die tijd (1985). Een groot zangeres is Jones nooit geweest, maar dit wordt zeker gecompenseerd door karakter, dat werkelijk van alle schermen knalt. Bovendien blijft het knap hoe Jones nooit buiten adem lijkt te geraken, ook niet permanent hoelahoepend tijdens haar grootste hit.

Als toeschouwer blijf je maar kijken naar die ogen, die heen en weer schieten tussen ironie, bloeddorstige podiumlust en ergens ook wel verdriet. Het is wel jammer dat alle wijzigingen in haar outfit (in het donker tussen de nummers door) ietwat de vaart uit haar show halen. Iets dat overigens niet heel subtiel (maar wel grappig) wordt becommentarieerd door Grace Jones zelf. En dat is ergens ook wel weer hilarisch: alsof je met je zus gezellig staat te keuvelen terwijl die zich ergens in de kamer achter een scherm staat om te kleden. Je zou bijna vergeten dat je in een zaal met tienduizend man capaciteit staat. 69 en in alles trots en kracht, wat een fenomeen. Bij thuiskomst meteen haar goed ontvangen memoires gekocht.

 


meer blogs
Jair Tchong - 18 september, 2017
Mattie Poels - 12 september, 2017
Mattie Poels - 5 september, 2017
Ton Maas - 3 september, 2017
Jair Tchong - 31 augustus, 2017
Ton Maas - 26 augustus, 2017
Jair Tchong - 3 augustus, 2017