Meral Polat Trio - Ez Kî Me31 december, 2022

Eigen label

Je moet ver terug gaan in de vaderlandse pophistorie om een zangeres van dit kaliber te vinden. Een stem die ziel en zaligheid legt in songs die je direct verbinden met een verleden dat enkele generaties overspant. Een stem ook die je raakt als een onverwachte stomp in je maag. Vergeleken bij het oppervlaktewater waarop Ilse de Lange peddelt, de teendiepte waarin Froukje en St10 zich roeren, bezit Anouk vele meters meer soul. Wil je écht geraakt worden, dan pas beland je bij Meral Polat.
Maar eerst iets anders. Draaide een vinyl-plaat ooit om een A- en B-kant, vandaag draait het in muziek nog steeds om twee kanten, zij het in andere vorm. Social media sloegen alles plat en maakten alle muziek horizontaal. De hiërarchie in luisterervaring- lees de vaste volgorde waarin je nummers ooit via lp of cd beluisterde, raakte totaal zoek. Is dat erg? Ja, want daarmee verdween ook het narratief, de samenhang en de intentie waarmee een artiest een verhaal op muziek vertelde. Betekenen de afzonderlijke nummers de A-kant, dan symboliseert de onderlinge samenhang de B-kant die vandaag nagenoeg verloren is gegaan. Gelukkig nog intens te beleven op beklijvende albums als Hejira (Joni Mitchell, 1976), Gula Gula (Mari Boine, 1989) of Motherland (Natalie Merchant, 2001).
Polats Ez Kî Me past in deze eregalerij van zangeressen die een getroubleerd verleden naar een gelouterd heden vertalen. Opgegroeid tussen twee werelden verhaalt Polat met overrompelende songs over haar zoektocht naar een eigen identiteit. Zoals Joni Mitchell tussen Canada en de USA (en vooral als verscheurde moeder die haar dochter afstond); Natalie Merchant tussen USA en Italië (grootvader Mercanti kwam uit Sicilië); Mari Boine tussen de vijandige Noorse maatschappij en de onderdrukte Sami-samenleving van haar grootmoeder. Meral Polat groeide weliswaar op in Nederland, maar is diep geworteld in een Alevitische en Koerdische gemeenschap in Oost Turkije. Sturende invloeden die haar leven stempelden en werden overgedragen via haar vroeg gestorven vader. Ali Ishan Polat liet een poëzie-album achter waaruit Meral nu, als onomwonden eerbetoon, inspiratie put. Om die hechte band nogmaals te ervaren nam ze haar vaste sidemen naar haar vaders geboortedorp mee. Samen met percussionist Frank Rosaly en gitarist/ toetsenist Chris Doyle trad ze er op, net als de komende maanden door heel Nederland. Tijdens de album presentatie van Ez Kî Me (op 18 december in Paradiso Noord) resoneerde hun gezamenlijke reis in een subliem concert. Nagelende country-blues die aan het streng gereformeerde Sixteen Horsepower herinnerde, vocale vrijheden waarop Diamanda Galas jaloers mag zijn. Maar alles gebracht in een transparant, van Koerdische soul doordrenkt eigen universum. Terwijl Doyles gospelharmoniëen zich op het hammondorgel aaneen regen, shuffelde Rosaly zijn jazzy improvisaties en effende daarmee het pad voor Polats zinderende Koerdische soul.
‘Wie ben ik?’ zo luidt de vertaling van Ez Kî Me. Helaas geeft dit prijsalbum - op het titelnummer na - niks meer prijs over de inhoud. Niente, nada. Enerzijds jammer omdat je nu moet blijven gissen naar Merals boodschap. Anderzijds, wat maakt het uit? Ez Kî Me vertelt een universeel verhaal, dat zich voortzet als een wereldwijde ‘rizome’. Oftewel een narratief dat zich ondergronds vertakt en zich verbindt met Gula Gula, Hejira, Motherland…. en het vaderland van Meral Polat. (Stan Rijven)


                                                                                                                                    

 

 

 

 

 




«« terug naar overzicht